Cookies Wij gebruiken cookies om de website optimaal te laten functioneren en om in te spelen op de informatiebehoefte van onze bezoekers. Door gebruik te maken van onze website stemt u in met het plaatsen van cookies. Lees meer hierover in onze privacy- en cookieverklaring.

Solo Stories | Emma wil leven

De laatste voorstelling die ik dit seizoen voor Theaterkijkers mocht bijwonen, was er eentje waar ik eigenlijk het hele jaar al naar uit had gekeken. Ik had al goede dingen over de gelijknamige documentaire gehoord. En alhoewel ik die niet volledig had gezien, wist ik dat Emma wil leven een aangrijpend verhaal was. Ik was dan ook benieuwd hoe dit vertaald zou worden naar een monoloog van bijna anderhalf uur.

Alhoewel, een monoloog? Naar mate het verhaal vorderde, merkte je hoezeer de anorexia, de ziekte waar Emma al sinds haar twaalfde tegen aan het knokken was, de overhand begon te nemen. De makers hadden de ziekte door de vele microfoons die op het podium stonden een stem gegeven. Wanneer die stem iets te zeggen had, pakte Emma een microfoon en bracht ze deze naar haar mond. De stem van de ziekte was initieel spottend. Emma moest gewoon wat meer haar best doen. Maar de stem werd steeds indringender. Woedender. Beangstigender. Door het knappe spel van Lisse Knaapen had ik echt even het idee dat ik een kijkje in Emma’s hoofd nam.

Dat vond ik zeker de kracht van de voorstelling, want verhalen over anorexia worden zelden goed verteld. Vaak zijn ze erg gericht op eten en gewicht alleen, wat een incompleet beeld geeft van de complexe ziekte. Soms laten ze te duidelijk zien wat een anorexiapatiënt allemaal doet om zoveel mogelijk af te vallen, wat een gevaar kan zijn voor het publiek. Maar dit was misschien wel het meest complete en toch integere verhaal over een persoon met een eetstoornis die ik ooit heb gezien.

Het einde vond ik een tikkeltje abrupt, maar toch vond ik het sterk dat Emma richting het einde van de voorstelling wel echt besefte dat ze wilde leven. Ik denk dat dat namelijk ook een grote misvatting van dit soort ziektes is. Emma wilde leven, maar haar ziekte wilde dat niet. Gelukkig leeft het verhaal van Emma mede dankzij deze mooie voorstelling voort.

Nasrdin Dchar | Ja

Nasrdin Dchar staat op het punt om te trouwen met Amy. Het is de vrouw waar hij vijftien jaar geleden al de ware in herkende. Toch was de weg naar het altaar lang. Tijdens de voorstelling neemt Nasrdin het publiek bij de hand om het verhaal van de twee geliefden te vertellen. Hoe ze elkaar ontmoet hebben in een Brabantse kroeg, hoe hij haar op zeer klunzige wijze verkering vroeg en alle andere belangrijke momenten in zijn volwassen leven waar Amy deel van uit heeft gemaakt.

Alhoewel dit als een simpel, sentimenteel liefdesverhaal klinkt, is de voorstelling veel meer dan dat. Het verhaal is waarschijnlijk een eye-opener voor de gemiddelde Nederlander en een feest van herkenning voor mensen met een migratieachtergrond. Een centraal begrip in de voorstelling is hsouma. Het is een woord waar geen goed Nederlands equivalent voor bestaat, maar wat zoiets betekent als schaamte of ongemak. Je geliefde zoenen terwijl je je in één ruimte met je ouders bevindt? Typisch hsouma, volgens Nasrdin. Het is een van de grote culturele verschillen die hij openhartig bespreekt. Initieel lijken Amy en hij deze verschillen onder het tapijt te vegen. Totdat Nasrdin haar voor het eerst ten huwelijk vraagt en de spanningen zo hoog oplopen dat ze er samen niet meer uit dreigen te komen.

Gelukkig vinden de twee elkaar na een korte relatiebreuk weer terug. En dat is maar goed ook, want door de oprechte manier waarop Nasrdin het verhaal vertelt en de enorme veelzijdigheid aan emoties die hij weet te tonen, ga je echt meeleven met het koppel. Wanneer Nasrdin het publiek aan het einde van de voorstelling oproept om in koor ‘ja’ te zeggen, wordt hier daarom ook massaal gehoor aan gegeven. Gevolgd door een zeer verdiende staande ovatie die minutenlang lijkt te duren.

Turks Fruit met Chris Peters, Bart Klever, Ali Zijlstra en Debbie Korper

“Is dat echt?” “Ja, wat dacht je dan? Een pruik?” Dit zijn een van de eerste woorden die Erik en Olga uitwisselen als ze elkaar op een ijskoude middag ontmoeten. Het is het begin van de zeer intense relatie die de twee opbouwen in de voorstelling Turks fruit.

Het gelijknamige boek uit 1969 is met recht een klassieker te noemen en staat al decennia op leeslijsten voor het vak Nederlands. Niet op die van mij, overigens. En daarom las ik het boek in voorbereiding op de voorstelling. Alhoewel ik goed kan begrijpen dat het boek destijds voor opschudding zorgde, kwam ik al snel tot de conclusie dat het boek niks voor mij was. De disbalans tussen expliciete scènes en een solide verhaallijn zorgde ervoor dat ik niet kon wachten het boek dicht te klappen. Toch was ik ergens wel benieuwd hoe ze hier een moderne theaterbewerking van gingen maken. Want de wereld is enorm veranderd sinds de seksuele revolutie in de jaren zestig.

Aan het begin van de voorstelling leek het erop dat de toneelbewerking grotendeels de lijnen van het boek ging volgen. Voor wie een opfrisser nodig heeft: Erik is een jonge beeldhouwer die bijna afgestudeerd is en Olga, zijn muse, heeft nog geen concreet beeld van wat zij in het leven wil doen. Eigenlijk vond ik Olga in het boek maar een leeg omhulsel. Misschien zelfs wel een object. Maar al snel werd de Olga op het podium veel meer haar eigen persoon.

Dat vind ik dan ook het knappe aan deze voorstelling. Niet alleen Olga, maar ook Erik wordt tijdens deze theaterbewerking veel menselijker neergezet. Zo is zijn gedrag bij vlagen erg overheersend, wat Olga op een gegeven moment gaat benauwen. Deze andere invalshoek geeft het verhaal niet alleen een nieuwe dimensie, maar zorgt er ook voor dat het beter bij deze tijd past.

Ik heb ook het idee dat de vader en moeder van Olga een prominentere rol spelen. Vooral de humoristische uitspraken van ‘Pappie’ zorgen meermaals voor gelach vanuit de zaal. Dat is ook fijn voor de afwisseling, want naast de explicietere scènes en het dramatische einde, is een laagdrempelig grapje ook welkom.

Het mooiste moment van de voorstelling vindt naar mijn mening net voor het slot plaats. Olga is overleden aan kanker en blijft als een geest in Eriks leven hangen. Dezelfde zinnen als aan het begin van de voorstelling worden uitgesproken: “Is dat echt?” vraagt hij. “Ja, wat dacht je dan? Een pruik?” antwoordt ze. Olga heeft haar rode haren weer terug.

Q4: Quantified powered by ISH

Om eerlijk te zijn, was ik redelijk sceptisch voordat ik naar de voorstelling Squaring the circles van Q4 powered by ISH ging. Want wie (new way) vogue zegt, denkt toch al snel aan New York. Aan minderheden die elkaar ontmoeten in de ballroomscene en elkaar daar uitdagen met gestileerde dansbewegingen. Hoe gingen de dansers dat gevoel ooit vertalen naar een kleine theaterzaal? 
De voorstelling begon met een adembenemende scène waarin een danseres al ‘haarhangend’ rustig heen en weer slingerde in lotushouding. Ik voelde bij wijze van spreken mijn eigen haarwortels al protesteren terwijl ik ernaar keek. Vooral de opmerkelijke rust en controle die ze had, was bewonderingswaardig.  
Kort daarna verschenen ook de andere dansers op het podium. De voorstelling werd na het spectaculaire ‘haarhangen’ niet minder indrukwekkend. Dat kwam vooral door het gebruik van tegenlicht en de timing van alle dansers. Alhoewel het prettig was om naar te kijken, had ik verder nog geen goed beeld van de boodschap die de dansers wilden uitdragen. Gelukkig werd dit steeds wel iets duidelijker. Wat ik vooral slim gevonden vond, was het ducttape waarmee het hokjesdenken van mensen duidelijk werd overgebracht. Ook de muziek, spoken word en de dansbewegingen – soms fragmentarisch, dan bijna vloeibaar – hadden daar een groot aandeel in.  
Namen de dansers mij mee naar de ballroomscene van New York? Dat niet helemaal. Maar dat bleek ook helemaal niet nodig. De dansers slaagden er namelijk in om op een vernieuwende manier een knappe dansvoorstelling te maken waar zowel de professionaliteit als het plezier vanaf spatte.

Carmen van Kiev Ballet

Een fragiel, ietwat ongemakkelijk meisje verschijnt ten tonele. Ze draagt blauwe hakschoenen waarvan het geklik door de zaal echoot en heeft haar haren vastgemaakt met twee bijpassende blauwe linten. Verder maakt ze geen enkel geluid terwijl ze plaatsneemt voor een televisiescherm.

In het begin vond ik het lastig om haar in het verhaal te plaatsen. Ik vond het sowieso behoorlijk pittig om over Carmen van het Kiev Ballet een stukje te schrijven. Niet omdat het saai was – in tegendeel – maar omdat ik nog nooit naar een balletvoorstelling was geweest en ik dit als een totaal nieuwe wereld ervaarde. Ik vond het meisje in het begin erg vreemd. Hoe ze schuchter om zich heen keek, zich verstapte, of ademloos voor haar televisiescherm zat. Uiteindelijk denk ik dat het meisje ‘het lot’ was. Het lot, zoals zij toekijkt bij haar zelfgemaakte verhaal.

Dit verhaal gaat natuurlijk over Carmen. Is zij slechts een ontembare vogel, zoals in het lied bezongen wordt? Of is ze een duivelin die aan de haal gaat met elk hart dat ze breken kan? De mannen lijken in ieder geval van alle kanten gewaarschuwd te worden. Maar het lot kijkt niet louter toe. Soms komt ook zij van haar veilige plek af en manipuleert ze de gang van zaken. Zo geeft ze een van de mannen die een oogje op Carmen heeft verschillende brieven. Misschien geeft ze hem zelfs valse hoop. Maar de laatste brief wordt niet met veel vreugde ontvangen: Carmen heeft alleen nog maar oog voor een ander. En die ander is de torero die over het podium flaneert.

Zelfs als zijn grote liefde hem verlaat en het noodlot toegeslagen heeft, laat het lot hem niet met rust. Aan het einde van de voorstelling zien we de twee personages samen voor het televisiescherm zitten. Toekijkend hoe Carmen, net zoals aan het begin van de voorstelling, uit de jute zak kruipt. Ik weet nog steeds niet goed hoe ik dit moet interpreteren. Is dit een soort vicieuze cirkel? Kan de man nu zelf ook ingrijpen? Maar dat is tegelijk het mooie aan de voorstelling: ik denk niet dat al mijn vragen ooit beantwoord zullen worden, maar toch malen ze steeds door mijn hoofd. Zeker is dat Carmen van het Kiev Ballet me nog lang bij zal blijven.

Laatste Paar Dagen van Kees Hulst & Esther Scheldwacht

Een doodzieke man, Rein Tas, wordt met spoed opgenomen in het ziekenhuis. In een kille, bijna futuristisch ogende kamer ontwaakt hij. Of nou ja, ontwaakt? Het duurt even voordat Rein na zijn ingrijpende operatie daadwerkelijk aanspreekbaar is. Gelukkig is daar verpleegster Engeltje Donderdag die, zo kil en klinisch als de ruimte waarin zij zich begeven, probeert uit te leggen dat Rein nog maar eventjes te leven heeft.

Het aftellen begint, zo weten beide personages. Maar alleen Rein lijkt volledig te begrijpen dat hij nu echt geen tijd meer te verliezen heeft. Alhoewel hij zich voorlopig nog op aarde begeeft, waant hij zich in de hemel met een engel aan zijn zijde. Het geflirt barst los. Engeltje kan er initieel nog wel om lachen (“Probeert u mij nou te versieren, meneer Tas?”) en is ergens wel gecharmeerd door deze oude man met zijn ellenlange verhalen over kaas. Verdere familie of vrienden heeft haar patiënt namelijk niet. Dus om hem bij te staan tijdens zijn laatste paar dagen op aarde, gaat ze geregeld met hem lunchen en probeert ze het hem naar zijn zin te maken.

De relatie tussen de twee wordt steeds onprofessioneler. Engeltje probeert de boot in het begin nog af te houden, maar slaagt daar – mede door Reins aandringen – totaal niet in. Dit is dan ook meteen een reden waarom deze voorstelling niet mijn ding was. Ik besef dat dit ‘maar’ een theatervoorstelling is en niet de werkelijkheid, maar tijdens het stuk vroeg ik me al vrij snel af: Is dit wel verstandig in het MeToo-tijdperk? Ik weet dat veel mensen die hele discussie beu zijn, maar het gedrag dat Rein aan het begin vertoonde kon naar mijn mening niet door de beugel.

Het toppunt hiervan is wel de ongemakkelijke scène waarin Engeltje Rein moet wassen en hij een erectie krijgt. Zoals Engeltje op dat moment zelf zegt: “Dat kan gebeuren.” Ze doet haar uiterste best de situatie niet nog ongemakkelijker te maken en vertelt hem dat het vast niet door haar komt. “Nou,” zegt Rein onder luid gelach vanuit de zaal, “dat is wel zo.”

Oké, hij biedt uiteindelijk wel zijn excuses aan, maar gaan we werkelijk negeren dat dit seksueel overschrijdend gedrag is? Natuurlijk, uiteindelijk blijkt dat de twee gevoelens voor elkaar hebben. Maar Engeltje is duidelijk in de war en Rein blijft zichzelf opdringen.

Daarnaast weet Rein dat Engeltje getrouwd is. En toch blijft hij toenadering zoeken. Het is geen gelukkig huwelijk. Engeltje probeert dit feit te verhullen, maar ze kan haar patiënt niet aan het lijntje houden: haar man gaat vreemd, haar drie kinderen zijn verwende nesten en Engeltje is doodongelukkig. En wie moet haar vertellen dat ze haar leven moet omgooien en moet gaan leven? Juist, de stervende man die het grootste gedeelte van het stuk aan zijn bed gekluisterd is.

Dat is overigens wel het knappe aan de voorstelling. Op de dansscène na, zit, hangt, of ligt Rein bijna de gehele duur van het stuk op zijn bed. Zelfs voor aanvang bevindt hij zich al onder een laken. Ook Engeltje voert bijna voortdurend dezelfde handelingen uit. Ze loopt de kamer in, pakt een afstandsbediening, drukt op wat knopjes, verschoont de lakens, of gaat op een krukje zitten om haar lunch te eten. En toch heb je niet het idee dat je steeds naar dezelfde sequentie aan het kijken bent.

Terwijl de personages met deze acties hun dagen vullen, groeit de liefde tussen de twee. Maar waarom eigenlijk? Het leeftijdsverschil is niet zo’n punt. Het feit dat de twee de grenzen van een relatie tussen verplegend personeel en patiënt zwaar overschrijden? Het is niet hoe het hoort, maar uiteindelijk is het misschien ook wel zo dat je niet kan kiezen op wie je verliefd wordt.

WO-MAN van Golden Palace

In een bijna steriel ogende woonkamer wordt een televisie aangezet met daarop een documentaire over platwormen. Deze dieren van slechts een paar millimeter groot, zijn tweeslachtig. Om zich te kunnen voortplanten vindt eerst een langdurig gevecht plaats. De winnaar hoeft zich nergens zorgen over te maken, want hem rest niks anders dan gewoon wegzwemmen. Maar de verliezende platworm krijgt de zware taak het nageslacht op de wereld te zetten.

Ditzelfde gevecht vindt ook plaats tussen actrices Ritzah Statia en Dionne Verwey. In absolute stilte proberen ze elkaar te intimideren. Vanaf een eetkamerstoel springt Statia naar een tafel en weer terug. Verwey houdt haar nauwlettend in de gaten. Dat kan zij ook wel. Of eigenlijk: ze kan dat beter.

Dan ploffen ze met een blikje fris op de bank. Ook dit is een heel ritueel. De actrices slaan het blikje achterover en knijpen het met slechts één handdruk fijn. De akoestiek van het theater wordt ook nog even getest met een luide boer die uit hun monden ontsnapt. Het is wel duidelijk: de twee actrices zijn stereotiep mannengedrag aan het uitvergroten.

De nette pakken gaan uit. De supermanpakken, compleet met capes, gaan aan. Wie denkt dat er al genoeg haantjesgedrag vertoond is, heeft het mis. De twee laten hun capes in de wind van een ventilator wapperen, of razen voorbij op bureaustoelen. Het publiek kan deze capriolen in ieder geval wel waarderen. En dat is knap, want tot nu toe is er nog geen woord gesproken op het podium.

Dan is daar de climax van het gevecht. Statia verliest en ligt jammerend op de bank, terwijl Verwey typische vrouwenkleding bij haar medespeler aantrekt. Onwennig gaat Statia op haar hoge hakken staan – met een mop in haar handen, natuurlijk. De nieuwbakken vrouw moet nog wel even geholpen worden met haar werk. Daar is Verwey niet te beroerd voor. Ze kan best wel even de tafel optillen, zodat Statia tot in de kleinste hoekjes kan dweilen, toch? En als Statia maar blijft jammeren, drukt Verwey gewoon nog even een strijkijzer in haar handen.

Het concept is zeer zeker interessant. Ook wordt het fysieke spel knap uitgevoerd. Gesproken wordt er amper en toch weten Statia en Verwey hun punt te maken. Regelmatig klinkt vanuit het publiek gegniffel wanneer er iets absurds, of juist iets herkenbaars op het podium plaatsvindt.

Toch ontstijgt het stuk de clichés vaak niet. De mannen boeren en zijn lomp; de vrouwen doen netjes hun benen over elkaar en zijn zorgzaam. Een keerpunt dient zich aan op het moment dat Verwey niet precies in dit hokje past en haar jurkje en hakken demonstratief naast zich neergooit. Ook Statia breekt, hysterisch lachend, uit haar mal. Toch gebeurt dit pas zo laat in het stuk – na een hoop herhaling, geschreeuw en gebrul – dat ik merk er wel een beetje genoeg van te hebben.

WO-MAN is een interessante voorstelling met sterk acteerwerk van twee actrices die alles lijken te durven. Toch hadden ze naar mijn mening nog wat meer van zichzelf in het stuk mogen gieten, zodat de voorstelling minder algemeen en wellicht wat diepgaander was geworden.

DE VLOER OP – Theaterversie van het TV programma

De kracht van De vloer op: acteurs durven ‘ja’ te zeggen

Men neme: een tafel vol rekwisieten, een paar stoelen, een regisseur met een improvisatieopdracht en een stel enthousiaste, maar onwetende acteurs. Dat is het recept voor De vloer op, bekend van het gelijknamige tv-programma. Dit keer is de vloer van de studio echter ingeruild voor een theaterpodium. In wisselende samenstelling toert de voorstelling dit najaar en komend voorjaar door diverse theaters in Nederland.

“Vincent”, zegt regisseur Peter de Baan. Zodra hij de namen van de acteurs opnoemt, voel je hoe iedereen in de zaal collectief zijn adem inhoudt. Wat gaat er nu weer komen? Bij het horen van zijn naam kijkt ook Vincent Croiset aandachtig op. “Jij bent een ex-gedetineerde. Je bent na zes jaar onterecht in de cel te hebben gezeten vrijgesproken van moord”, vervolgt De Baan zijn opdracht. Ook Oda Spelbos mag zich mengen in deze scène. “Jij bent de rechter die Vincent veroordeeld heeft.”

De eerste improvisatieopdracht vindt plaats in het park waar rechter Oda elke zaterdagochtend op een bankje gaat zitten. Wat volgt, is een aantal ongemakkelijke minuten waarin Vincent plaatsneemt naast de vrouw die zijn leven drastisch veranderd heeft. Vincent weet wie Oda is – hij zit daar immers niet voor niets – maar andersom heeft Oda geen flauw benul. Vincent initieert het gesprek: “Lekker weertje, hè? Het geeft een beetje het gevoel van, tja, vrijheid.”

Het wordt een ingetogen scène. Langzaamaan dringt het ook tot Oda door dat de twee elkaar al eens tegengekomen zijn. En hoe. Maar voor Vincent smelt het voornemen haar eens flink de waarheid te vertellen als sneeuw voor de zon wanneer hij inziet dat zij ook maar gewoon een mens is. Hij geeft haar geen standje, maar een bos bloemen.

Heel anders eindigt de tweede improvisatiescène. Een meester, gespeeld door Guido Spek, moet op het matje komen bij de basisschooldirectrice, gespeeld door Saskia Temmink. Er zijn klachten van ouders. De meester zou zijn leerlingen van groep 2 verteld hebben over de bloemetjes en de bijtjes en heeft daarbij een van de kinderen op schoot gezet. “Nee, op mijn knie”, verbetert Guido. De zaal lacht hartelijk om deze ietwat onnozele meester in felle, ‘turrrquoise’ regenjas.

“Kan ik je eigenlijk wel vertrouwen?” vraagt Saskia hem meerdere keren. Guido lijkt zich van geen kwaad bewust. De twee blijven om elkaar heen draaien totdat Saskia de zaal helemaal op zijn kop zet: de twee hebben al drie jaar een relatie en krijgen knallende ruzie. Door deze onverwachte wendingen en, zoals De Baan het verwoordt, de keuze van de acteurs om hier ‘ja’ op te zeggen, blijf ik telkens weer op het puntje van mijn stoel zitten. Tussen de improvisaties door is er ruimte genoeg om vragen te stellen. Een aangename adempauze voor zowel het publiek als de acteurs. Vinden de acteurs het niet spannend om te voldoen aan de verwachtingen van het publiek? Hoe worden de opdrachten bedacht? Alle brandende vragen komen aan bod en ik heb het idee dat ik een kijkje mag nemen in de hoofden van de acteurs en de regisseur.

Niet alles gaat de acteurs zo makkelijk af. Oda en Saskia spelen twee steenrijke vrouwen die zes uur lang in een bos moeten zitten. Het is een onderdeel van een cursus soberheid. De Baan verlost hen na een minuut of tien: “Tot hier!” Oda zucht. “Dat was wel moeilijk.” Ze had eigenlijk een heel ander einde in gedachten, maar dat had naar eigen zeggen niet goed gevoeld. “En Saskia reageerde er erg sober op”, grapt ze.

De scène ging inderdaad wat stroever. Maar maakt dit het ook vervelend om naar te kijken? In tegendeel. Ik vind het juist interessant om te zien hoe de acteurs kunnen terugvallen op hun talent en ervaring. Hoe ze die eigenschappen kunnen inzetten als smeerolie. Daarnaast pakken de acteurs elke opdracht met beide handen aan. Het moet best confronterend zijn om een publiek te vertellen dat je zelfmoord gaat plegen. Toch doet Oda dit vol overgave. Het enige dat ze nog wil? Een laatste applaus. Ze buigt en verdwijnt zonder nog een woord te zeggen achter de coulissen.

Er volgt nog een applaus: een staande ovatie aan het einde van de voorstelling. Het is dik verdiend, want na ruim twee uur heb ik niet alleen het gevoel dat ik meerdere voorstellingen heb gezien, maar heb ik ook een heel spectrum aan emoties gevoeld. De acteurs lieten het publiek in lachen uitbarsten door hun improvisaties te larderen met humor en herkenbare situaties. Of ze lieten iedereen juist stilvallen door ontroering, ontzetting en ongemak. Wat mij betreft hadden ze dit nog twee uur langer op de vloer mogen doen.