Cookies Wij gebruiken cookies om de website optimaal te laten functioneren en om in te spelen op de informatiebehoefte van onze bezoekers. Door gebruik te maken van onze website stemt u in met het plaatsen van cookies. Lees meer hierover in onze privacy- en cookieverklaring.

THRON van Krisztina de Châtel

Een figuur ligt op de grond. Een danser komt de vloer op en begint…te lopen. Langs de randen van de rechthoek. Nog een danser. Nog één, nog één. Vier danser lopen perfect symmetrisch in het asymmetrische vierkant. En dan komt het spannenste moment van de hele voorstelling, en dat is geen kritiek maar een compliment. Een vijfde danser komt op. Ik kan alleen maar denken, hoe past zij er nog bij? En het past, ze veranderen van looprichtingen en er volgt een anderhalf uur aan hypnotiserende figuren.

                     Aan het begin grijpt het me, en ben ik razend enthousiast. Zo bijzonder is het om de danser perfect op elkaar ingespeeld zich te zien bewegen binnen het figuur, zonder dat ze ook maar één foutje maken.

                     Slechts zes bewegingen die ze constant herhalen maken de hele voorstelling. En het bijzonderste vond ik misschien wel om te zien hoe groot kleine verschillen in hoe de dansers de bewegingen uitvoeren kunnen zijn. Je zag vijf verschillende mensen met eigen identiteiten, ondanks dat ze allemaal dezelfde zes bewegingen eindeloos herhalen. Juist omdat ze allemaal dezelfde zes bewegingen eindeloos herhalen.

                     In die eenvoudigheid en herhaling van deze zes bewegingen zat de kwaliteit, maar wat mij betreft ook de zwakte van het stuk. Aan het begin was het prachtig om te zien wat er allemaal mogelijk was aan vormen. Telkens als je denkt dat het misschien saai zal worden, gebeurde er weer iets nieuws. Maar meer naar het einde werd het helaas te veel. Met name tijdens het stuk waarbij de bewegingen extra langzaam werden uitgevoerd begon het toch erg te vervelen, ik kon mijn aandacht er niet meer bijhouden.

                       Het stuk is in 1984 voor het eerst opgevoerd, en het heeft toen erg veel waardering gekregen. En nog steeds is het een prachtig stuk. Als het een half uurtje korter was. Wat dat betreft hadden ze echt met de tijd mee moeten gaan. Als ze het huidige publiek willen aanspreken dan.

WO-MAN van Golden Palace

De vanzelfsprekendheid van de dingen

Zo ook de woorden vrouw en man,
zijn ooit bedacht.
En niet alleen de kralen,
letters aan elkaar geregen,
nee ook de inhoud is
zorgvuldig in ons hoofd gestamd.
Zoals je vaak je spijkerbroek,
maar nooit een oude vuilniszak
aandoet in de ochtend.
En je nooit afvraagt waarom,
of wat eigenlijk een spijkerbroek is.
(Vooral 99,9% niets, als je
de natuurkundigen moet geloven.
Maar die hebben dan ook
vaak geen goede smaak.)

Zo gaat ook iedereen er vanuit
dat je een mens bent en geen slak.
Zomaar zonder vragen.

Slakkengender

De slak is wat het moet zijn.
Geen man met mannenmachodingen.
Geen vrouw met zachteolifantentranen.
En alles wat daartussenin zit,
want anders ben je om te lachen en een stereotype.
Beledigend? ja een beetje.
Maar dat was nou eenmaal zo zeiden ze.
Maar dat is nou eenmaal zo,
want het is waar,
die dingen liggen gevoelig.
Maar ik kon alleen maar denken
dat smerig slakken slijm,
dat speekselig geluid.
Nee, een slak wil ik niet zijn.
Dan nog liever zachteolifantentranen.
Of mannenmachodingen.
Beter: mensje zonder naam.

Afbeelding: slak

Uitleg bij de illustratie: Je ziet een persoon waarvan het gender niet duidelijk is. Zij/hij heeft zowel een schoen met hak aan als een platte voet. Op haar/zijn rug draagt hij/zij een slakkenhuisje. Dit huisje is een reactie op het einde van de voorstelling, waar de slak wordt gezien als het ultieme genderloze doel. Op deze illustratie wordt het huisje echter gedragen als een last, omdat ik niet denk dat het ‘gender’ is wat we moeten verwerpen, maar de sociale constructie, met al zijn (voor)oordelen, aannames en waardeoordelen om het begrip gender heen. Het huisje is een fossiel omdat dit staat voor dat dit sociale systeem van gender en sekse een resultaat is van een hele lange geschiedenis van samenleving. Hiermee gaat de persoon dus gebogen onder de last van het ‘slak’, of genderloos, (moeten) zijn (i.p.v. dat het gender, welke dan ook, gevierd wordt), als ook onder de last van de door de geschiedenis gevormde sociale constructie rond gender en sekse.

DE VLOER OP – Theaterversie van het TV programma

Het onverwachte, het onverwachtbare, het verwachtingsloze. Dat is wat je kunt verwachten bij de voorstelling De Vloer Op. Niemand weet wat er gaat gebeuren. Niemand weet wat het podium zal kleuren voor de komende 10 minuten van de improvisatie. Voor de komende 2 uur van de voorstelling.

Uitverkocht was het. Toen we zaten kwam na een tijdje Peter, de regisseur, verteller en (bege)leider van de avond, het podium op lopen. Zelf ook een beetje verward, er was immers nog niemand van Cultura hen komen halen, maar hij had zo wel het idee dat ze konden beginnen. Het publiek zat namelijk al en het was al tijd geweest. En zoals ze zeggen, als het eerste schaap over de wal is dan volgen de acteurs vanzelf. Of zoiets. Daar kwamen in ieder geval voorzichtigjes en één voor één de acteurs ietwat bangig en in de warrig om het hoekje kijken, en het podium op lopen. Een beetje half nog het applaus ontvangend. De informele sfeer zat er al meteen in, en die bleef.

Peter begon meteen met praten en noemde al dat hij ook ruimte zal laten voor vragen. Publieksparticipatie dus. Zoals gewoonlijk was het publiek in eerste instantie nog wat verlegen, maar ook hier geld dat van dat schaap, en de vragen bleven op een gegeven moment vragen stromen.

Je zou de hele voorstelling kunnen omschrijven als een gesprek. Een gesprek met het publiek, een gesprek tussen de acteurs onderling, een gesprek met en over actuele thema’s. Heel verfrissend was het om zo actief betrokken te worden bij de voorstelling. Het mooie is dat hierdoor de afstand tussen acteur en toeschouwer veel kleiner werd, we kregen te zien dat een acteur toch eigenlijk ook gewoon maar normaal persoon is.

Hierin, het persoonlijke en informele, lag dan ook de grootste kracht van de voorstelling. Het theater van Cultura kwam ten volste tot zijn recht, de huiskamer-achtige sfeer paste perfect bij De Vloer Op. De acteurs voelde als goede vrienden en de toeschouwers als één grote familie.

Maar alles heeft twee zijdes en de nadelige kant van publieksgedoe is dat mensen soms gewoon vervelend zijn. Nee, laat ik het anders zeggen, je hebt niet in de hand wat mensen doen of hoe ze reageren. Als er een interessante vraag komt over wie de opdrachten voor de scenes bedenkt (Peter zelf) is dat voor iedereen boeiend, maar als iemand eindeloos door blijft gaan over waarom zij moeite heeft om slechte personages te spelen bij haar amateurtoneelles is dat niet interessant.

Gelukkig konden de acteurs daar goed mee omgaan. Ze speelden in wisselende samenstelling en ze deden dat echt goed. Je zag ze soms worstelen met de scene, maar ze verveelden nooit en ze wisten het altijd nog tot iets moois te vormen. Een puur kijkje in de maakfabriek van theater.

Verwacht dus maar niets. Want niemand weet wat er te gebeuren staat en elke avond is compleet anders dan de vorige. Want alles is veel voor wie niet veel verwacht (zoals J.C. Bloem schreef). En verwacht een prachtige inkijk in het rijk van de acteur. Door de eerlijke en persoonlijke antwoorden van de acteurs leef je extra met ze mee en kun je je beter voorstellen hoe het is om zo’n improvisatie te doen. En toch. Verwacht toch maar niets. Zelfs de acteurs weten niet wat er over zal blijven van de avond. Alles is altijd anders.