Cookies Wij gebruiken cookies om de website optimaal te laten functioneren en om in te spelen op de informatiebehoefte van onze bezoekers. Door gebruik te maken van onze website stemt u in met het plaatsen van cookies. Lees meer hierover in onze privacy- en cookieverklaring.

In Vrede | Berg & Bos

In Vrede is een mozaïekvoorstelling waar verschillende verhalen worden verteld, allemaal verbonden aan de Tweede Wereldoorlog.

We zien een man die erachter komt dat hij een andere afkomst heeft dan hij altijd heeft gedacht. Een vrouw in een rolstoel die het verleden niet kan laten rusten. Een jongeman ontdekt de geschiedenis van zijn pas gehuurde huis. Een demente oude vrouw, in het lijf van een jong meisje, die haar keuzes van het verleden overdenkt. En een man die betrokken is bij meerdere verhalen en waarvan op het einde pas duidelijk wordt dat hij een vluchteling is.

Het theaterstuk bestaat voornamelijk uit monologen. Deze worden af en toe onderbroken door een dialoog en twee keer zingen de personages samen een lied. Dit is een leuke afwisseling, want niet alle monologen zijn even boeiend. Het verhaal van de jongeman vind ik niet veel toevoegen. Het voelt als een mislukte poging om een modern aspect in het stuk te brengen. Ook het verhaal van de vluchteling is een leuk idee, maar had beter kunnen zijn in de uitvoering. De vluchteling krijgt maximaal 5 minuten de tijd om zijn verhaal te doen en heeft verder niet veel te maken met de andere personages. Hierdoor verliest het verhaal zijn waarde.

Daarentegen vind ik het verhaal over de zoektocht van de man naar zijn afkomst goed uitgevoerd. Het wordt met overtuiging gebracht door Paul R Kooij en wekt vanaf het begin mijn interesse. Wie is deze man? En wat zijn de antwoorden waarnaar hij op zoek is? Dit verhaal is ook meteen de rode draad in het theaterstuk. Op het einde geven de andere verhalen gezamenlijk de oplossing op het vraagstuk. Met Annet Malherbe als de vrouw in de rolstoel als de grootste toevoeging. Wat mij betreft waren deze twee verhalen (Paul en Annet) voldoende geweest. De andere personages konden dan als bijfiguren de twee hoofdverhalen sterker maken.

Turks Fruit met Chris Peters, Bart Klever, Ali Zijlstra en Debbie Korper

Turks Fruit, een verhaal over liefde en de onzekerheid die het met zich meebrengt. Ik heb ontzettend genoten van de voorstelling. Sophie Kassies heeft het klassieke verhaal zodanig aangevuld dat het in 2019, 50 jaar na de publicatie van het boek, nog steeds relevant is.
In de middelbare school heb ik het boek Turks Fruit gelezen voor het vak Nederlands. Als 16-jarig meisje vond ik het een prima boek, maar was ik vooral blij dat ik het had uitgelezen. Verplicht boeken lezen voor school was niet echt mijn ding. Nu, enkele jaren later, merk ik toch dat het toneelstuk beter tot de verbeelding spreekt. Ik heb meerdere relaties achter de rug en dus ook meer ervaring op het gebied van liefde. Mijn liefdesleven is niet zo dramatisch als dat van Erik en Olga, maar herkenbaar is het zeker. De kwetsbaarheid van het liefhebben en alle onzekerheid die daarbij komt kijken.

Daarbij laat het toneelstuk zien dat liefde nooit zwart-wit is. Bij het lezen van het boek wordt alles vanuit de kant van Erik beschreven. Ik kan mij herinneren dat ik een weerzin voelde voor Olga en haar moeder. Echter, het toneelstuk geeft Olga en haar moeder ook een gezicht en belangrijker; een stem. Hierdoor is het toneelstuk niet simpelweg een toneelbewerking van het boek, maar een aanvulling.

Het is ontzettend knap dat een verhaal uit 1969 nog steeds boeiend kan zijn. Een goed liefdesverhaal verveelt nooit. Tijd om het boek weer uit de kast te pakken en er opnieuw in te duiken!

Q4: Quantified powered by ISH

Het begin van Q4: Quantified trekt gelijk mijn aandacht. Vol verbazing kijk ik naar een vrouw die sierlijk rond beweegt in de lucht. Ze hangt aan een touw met enkel haar haren! Eenmaal op de grond belandt, komen de andere dansers naar haar toe en maken een rij achter de vrouw. Door de positie van de lampen, zijn de schaduwen van de dansers goed te zien. Op de muur achter hen vormt een lichaam met velen armen. De snelle armbewegingen en poses doen mij denken aan een hindoeïstische god in de vorm van een topmodel.

De choreografie van Q4: Quantified is gebaseerd op de Vogue dansstijl en op de theorie ‘Quaternity’ van Carl Jung. Vogue is een dansstijl ontsproten in de jaren 80 in de LHBTI-gemeenschap van Harlem, New York. Binnen deze minderheidsgroep ontwikkelde Vogue zich tot een lifestyle. Tijdens de ballroomscenes (een competities tussen verschillende dansgroepen) vervaagde vooroordelen en ontstond een vrijheid om te zijn wie je wilt zijn. In Q4: Quantified wordt dit gevoel gecombineerd met Quaternity, een theorie over individualiteit en eenheid.

De vloer van het toneel wordt door de dansers met duct tape geleidelijk verdeeld in verschillende vakken. De dansers worden in deze vakken gezet en krijgen steeds minder bewegingsruimte. Het commentaar van de vocalist maakt duidelijk dat dit symbool staat voor hokjesdenken. Hij spreekt over hoe hij door zijn omgeving in onmogelijke houdingen wordt gedrukt. Poses die hij probeert vol te houden, maar simpelweg niet toebehoren aan hem. Toch weten de dansers uiteindelijk de grenzen te doorbreken. Ze verbinden de verschillende vakken en maken één figuur. De dansers komen samen en vormen weer een collectief.

Q4: Quantified zet je aan het denken. Op een of andere manier proberen we allemaal te voldoen aan de verwachtingen van onze omgeving. Maar het is belangrijk dat we daarbij onszelf niet verliezen. Doe je wat je echt graag wilt? Of doe je wat er van je wordt verwacht?
Een positief gevoel overmeestert me. Q4: Quantified is niet alleen verfrissend met de polariserende dynamiek in onze samenleving, denk bijvoorbeeld aan de Nashville verklaring. Het geeft het publiek ook een gevoel van vrijheid. Een vrijheid dat iedereen zichzelf kan én mag zijn. Als ik de zaal verlaat, zit ik dan ook vol met nieuwe energie om de hokjesdenkende wereld weer in te gaan.

Laatste Paar Dagen van Kees Hulst & Esther Scheldwacht

Een onmogelijke liefde

Liefde. Een onderwerp dat iedereen aanspreekt. Toch heb ik mijn twijfels bij het theaterstuk waar ik nu heen ga: Laatste paar dagen van Esther Scheldwacht en Kees Hulst. Een verhaal over een liefde die opbloeit tussen een terminaal zieke, oude man en zijn verpleegster. Een onmogelijke liefde, waarvan ik twijfels heb of het mij kan overtuigen.

Op het podium is een ziekenhuiskamer gebouwd. Alles in de kamer is mintgroen van kleur, waardoor het een steriele uitstraling heeft. In het midden van de kamer staat een bed en op dat bed ligt een persoon, bedekt met een deken. Dit blijkt een van de twee personages te zijn: Rein Tas. Al snel maken we kennis met het tweede personage. Een verpleegster komt de kamer binnen lopen en controleert hoe het met Rein gaat. Dit blijkt Engeltje Donderdag te zijn. Engeltje is de verpleegster van Rein in zijn laatste paar dagen op deze aarde. Ze is bijna als een engel die Rein vergezelt in zijn laatste reis.

De affectie die Rein voelt voor Engeltje steekt hij niet onder stoelen en banken. Vanaf het eerste moment probeert hij indruk te maken op haar. Engeltje is in het begin afstandelijk en handelt professioneel. Snel begint deze afstandelijkheid te wankelen en maakt het plaats voor compassie. Wat begint met het opzoeken van Rein tijdens de lunch, groeit uit naar het uiten van haar ongeluk en diepste gevoelens. Met het dansen op Snoop Dogg en het samen drinken van wijn als gevolg.

De achteruitgang van Rein komt vooral tot uiting in de surreële tussenpozen. Momenten waarop het lijkt alsof de tijd even stil staat. Alsof je je in een droom begeeft. Momenten die het verloop van de tijd aanduiden. En na elk moment is Rein zieker.

De personages doen mij denken aan twee lijnen die naar elkaar toe bewegen. Ze ontmoeten elkaar en kruisen elkaar. Een kort moment, daarna groeien ze weer uit elkaar. Want Rein wordt zieker en zieker, terwijl Engeltje zich steeds meer openstelt. Zodra Engeltje de gevoelens voor Rein geheel accepteert en zich letterlijk en figuurlijk aan hem blootstelt, komt het verhaal ten einde. Rein is vertrokken naar een plek waar Engeltje hem niet kan volgen. Het leven van Rein is afgelopen. Terwijl dat van Engeltje net begint.

Uiteindelijk heeft deze onmogelijke liefde mij toch overtuigd. Want zoals in dit toneelstuk ook wordt gezegd: geen één liefde is fout. Het stuk laat mij vol emotie achter. Onzeker over de eindigheid van het leven. Dankbaar om de uniekheid van het leven. En energiek om er alles uit te halen wat erin in zit. Een theaterstuk dat mij zo intens kan raken, is in mijn ogen geslaagd.

THRON van Krisztina de Châtel

Ik moet eerlijk bekennen dat het bezoeken van dansvoorstellingen niet een dagelijkse bezigheid van mij is. Sterker nog, ik denk dat dit de eerste dansvoorstelling ooit is die ik heb bezocht. Ik had nog nooit van de naam Krisztina de chatel gehoord. Dus ging ik volledig onbevangen (dacht ik) naar de voorstelling Thron. Daar had ik het eerste kwartier van de voorstelling al meteen spijt van. Ook al dacht ik dat ik zonder vooroordeel naar binnen ging, dit verwachtte ik totaal niet.

Midden op het podium lagen houten balken die samen een vierkant vormen. En weer midden in dit vierkant lagen twee houten balken naast elkaar. Dit vierkant was de dansruimte van de dansers. De dansers waren zakelijk gekleed met hun overhemden, grijze broeken en lak schoenen. Het dansen bestond voornamelijk uit stappen, zwaaien met de armen en het optillen van de benen. Dit gebeurde met simpele, strakke, bewegingen. Systematische bewogen de dansers zich voort in het vierkant. Als een geheel; een grote machine waar zij de onderdelen van waren. Maar soms ontstond er een tegenbeweging. Een danseres die de passen in tegenovergestelde richting deed of een tel later de passen uitvoerde. Hoe de dansers wisten wanneer ze een tegenbeweging moesten maken, is voor mij nog steeds een wonder.

Ik vond het enerzijds hypnotiserend. Anderzijds was het toch veel van hetzelfde en merkte ik dat ik mijn aandacht er moeilijk bij kon houden. Het was ontzettend knap van de dansers om deze eenheid in stand te houden. De intensiviteit uitte zich alleen al in de nat bezweten ruggen van de vrouwen. Toch merkte ik dat ik mij afvroeg waarom mensen hier voor hun plezier naar kijken. Ik zou het niet willen omschrijven als entertainment. Er was geen grote afwisseling in de danspassen. Toen de muziek ophield en de dansers hun applaus in ontvangst namen, was het voor mij eigenlijk nog maar begonnen. Ik snapte er, eerlijk gezegd, niet veel van.

Eenmaal thuis sprong ik achter mijn laptop en begon ik te googelen. Naarmate de tijd verstreek, hoe meer ik leerde over deze dansvoorstelling, en hoe meer ik het kon waarderen. Een klassieker van de Nederlandse moderne dans, die opnieuw op de planken is gebracht. Een minimalistische dans over “ingehouden kracht en energie in een magische strijd met de tijd”.

Ik heb mijn les geleerd. Voortaan toch maar het programmaboekje lezen als voorbereiding. Wellicht dat ik het stuk dan meer kan waarderen.

DE VLOER OP – Theaterversie van het TV programma

Het lef van het theater
De gordijnen glijden open.
Het publiek staart mij aan.
Met trillende benen begin ik te lopen,
en ga met al mijn moed op de planken staan.

Een voor een krijgen we een opdracht.
Improviseren is onze taak.
De ogen vol aandacht,
om te kijken wat ik ervan maak.

Ik vergeet per abuis te luisteren,
naar het verhaal waar ik in speel.
Het publiek begint te fluisteren,
en de spanning wordt me teveel.

Van buiten ben ik een standbeeld,
maar van binnen raast blinde paniek.
Waar ben ik aan begonnen?
Ik ben nu al bang voor de kritiek.

De tranen beginnen te stromen. D
e afgang is compleet.
Ik bedenk een plan om weg te komen.
Hoe zorg ik ervoor dat iedereen mij vergeet?

Plots schrik ik wakker,
en zie een teddybeer die ik herken.
Opgelucht begin ik te lachen.
Wat ben ik blij dat ik geen acteur, maar een Theaterkijker ben.